Actualiteit

De regering Michel is halfweg, maar veel bakte ze er tot hiertoe niet van. Daarom verdient ze een slecht rapport. Ze kan zich echter nog wel herpakken. Zet daarom jouw handtekening onder het groot rapport van de regering Michel.

Nog niet te laat voor eerlijk en rechtvaardig beleid

De vakbondscampagne ‘Het groot rapport van de regering Michel’ roept de regering Michel op om een eerlijk en rechtvaardig beleid te voeren. Deze zomer krijgt ze immers een uitgelezen kans om zich te herpakken:
  • De komende maanden staan er ‘super ministerraden’ rond sociale zekerheid, werk en economie op het programma. 
  • Deze zomer moet Michel zijn begroting voor 2018 opmaken.
  • Deze zomer moet de regering knopen doorhakken rond eerlijke fiscaliteit. 
Hét moment dus om een beter beleid te eisen. 
Dat kan door het groot rapport van de regering Michel te onderteken op www.hetgrootrapport.be 
Eind juni bezorgen we het eindrapport aan de regering.

Slecht rapport over de hele lijn

Waarom geven we deze regering slechte punten? Michel neemt beslissingen die vooral gewone mensen pijn doen. De rij is lang: de indexsprong, langer werken, meer overuren en flexibiliteit op maat van werkgevers, het mes in tijdkrediet en landingsbanen…
Ondertussen bengelt België aan de Europese staart inzake jobcreatie. We zijn het enige Europese land waar de reële lonen in 2016 gedaald zijn. De begroting is een knoeiboel. De staatsschuld zit op een historisch hoog niveau. 
Deze veranderingscoalitie dumpte zelfs haar eigen prioriteit der prioriteiten: een begroting in evenwicht.

Dat moet beter kunnen

Een slecht rapport dus. Terwijl het ook anders en vooral veel beter kan:
  • Met meer koopkracht voor wie werkt of moet rondkomen met een pensioen of uitkering. 
  • Met een regering die investeert in zorg, openbaar vervoer, goede jobs. 
  • Een regering die inzet op minder werkdruk en op meer, beter en gezonder werk.
  • Een regering die eindelijk een bijdrage durft vragen aan rijken.

Maak deze campagne mee kenbaar

Zet jouw handtekening onder het groot rapport van de regering Michel. En maak deze campagne mee kenbaar. Verwijs jouw collega’s door naar de campagnewebsite. 
Er bestaat ook een papieren versie van het rapport. Vraag ernaar bij de vakbondsafgevaardigde in jouw onderneming of spring binnen in een ACV-kantoor.

Zware beroepen: vakbonden leggen voorstel op tafel van Nationaal Pensioencomité

ACV, ACLVB en ABVV zijn de aanslepende discussies over zware beroepen beu en stelden vandaag in het Nationaal Pensioencomité (NPC) een uniek instrument voor dat toelaat om zware beroepen te definiëren. Het resultaat – wetenschappelijk ondersteund – is een belangrijke stap richting een eerlijke definitie van belastend werk. Mensen met belastend werk moeten tijdig kunnen uitstappen en daarvoor niet worden afgestraft met een lagere uitkering of pensioen. ABVV, ACLVB en ACV verwachten van het NPC en de regering dat zij rekening houden met de expertise, gestoeld op terreinkennis, die de vakbonden aanvoeren.

Wat voorafging: beloftes van de regering

In 2014 besliste de regering om de wettelijke pensioenleeftijd te verhogen naar 67 jaar. De vakbonden verwierpen dit en verzochten om in elk geval rekening te houden met de zwaarte van het werk. De regering engageerde zich en stelde dat een oplossing gezocht moest worden binnen het NPC. De regering zou deze oplossing respecteren en middelen vrijmaken.
Sinds jaren worden de werknemers geconfronteerd met een afbouw van de stelsels landingsbanen/tijdskrediet, brugpensioen en gelijkgestelde periodes. Een hervorming waarbij geen rekening werd gehouden met de realiteit op het terrein en al zeker niet met de zwaarte van het beroep. Het hele debat werd dan ook nog eens ondermijnd door het beperkte budget dat beslist werd, wat vragen deed rijzen bij de reële manoeuvreerruimte voor de leden van het NPC. De vakbonden bleven aandringen om de kwestie m.b.t. belastend werk uit te diepen en werden hierin gesteund door het rapport van de pensioenexpertencommissie.

Ons voorstel: 4 categorieën en objectieve criteria

ABVV, ACV en ACLVB stellen nu een vernieuwende, methodologische inbreng voor met een repertorium van beroepsrisicofactoren die een impact hebben op de gezondheid. Het houdt rekening met alle objectiveerbare factoren in de arbeidssituatie van de werknemer. Deze risicofactoren zijn onderverdeeld in 4 categorieën met duidelijke, registreerbare, meetbare en objectiveerbare criteria, zoals was overeengekomen in een eerste rapport van het Nationaal Pensioencomité in de zomer vorig jaar. 
Deze 4 categorieën zijn de fysieke belasting, de arbeidsorganisatie, het veiligheidsrisico en de mentale gezondheid/emotionele belasting. De vakbonden hebben zich voor hun voorstel gebaseerd op de huidige regelgeving en praktijken i.v.m. welzijn en op het werk (o.a. van bestaande praktijken en bestanden van externe diensten). Deze benadering maakt het mogelijk om de blootstelling van de individuele werknemer aan collectieve risicofactoren in kaart te brengen en op te volgen. 
8 mei 2017download dit persbericht.  (pdf-bestand)
 

Stap voorwaarts in bescherming tegen kankerverwekkende stoffen op het werk

Na jarenlange vakbondsactie, kwam het in de Commissie Werkgelegenheid van het Europees Parlement gisteren tot een belangrijk stap voorwaarts in bescherming tegen kankerverwekkende stoffen op het werk. Deze beslissingen van de Commissie Werkgelegenheid moeten nu nog naar de plenaire vergadering van het Europese parlement. En dan volgt een trialoog (ministerraad, commissie , parlement). Nog een lang weg te gaan, maar toch zijn de beslissingen in de Commissie Werkgelegenheid zeer belangrijk. Sinds 1999 is er inzake kankerverwekkende stoffen op Europees vlak immers niets meer gebeurd. Terwijl in België het jaarlijks aantal beroepsgerelateerde kankers wordt geschat op 2600 en 5500 ( 4 à 8,5 % van alle kankers). Voor de hele Europese gemeenschap wordt zeer conservatief het cijfer van 102.500 sterfgevallen per jaar als gevolg van een beroepskanker aangenomen.
Voor elf bijkomende kankerverwekkende stoffen werden in de Commissie Werkgelegenheid grenswaarden vastgelegd. Grenswaarden zijn normen over de maximale concentratie in de lucht op arbeidsplaatsen . Voor een aantal stoffen stelt de Commissie Werkgelegenheid om de Europese grenswaarden aan te scherpen. Voor Chroom VI, de stof waarover heel wat te doen was naar aanleiding van blootstelling in een werkplaats van de NMBS, werd een strengere grenswaarde vastgelegd. Ook voor houtstof, dat vrijkomt bij houtbewerking, worden de regels scherper als het van de Commissie Werkgelegenheid afhangt.
Bovendien werd in de Commissie Werkgelegenheid afgesproken dat het toepassingsgebied van de regelgeving over kankerverwekkende stoffen uitgebreid zal worden naar de voor de voortplanting gevaarlijke (reprotoxische) stoffen. Dit zijn stoffen die de vruchtbaarheid van de man en de vrouw kunnen aantasten en ook kunnen leiden tot vroegtijdige zwangerschapsonderbrekingen en aangeboren afwijkingen. Sommige reprotoxische stoffen vormen een gezondheidsrisico voor het kind tijdens het geven van borstvoeding. Door de wetgeving van kankerverwekkende stoffen toe te passen op reprotoxische stoffen, komen er voor deze stoffen strengere regels wat betreft de bescherming van werknemers.
Deze beslissingen van de Commissie Werkgelegenheid moeten nu nog naar de plenaire vergadering van het Europese parlement. En dan volgt een trialoog (ministerraad, commissie , parlement). Nog een lang weg te gaan, maar toch zijn de beslissingen in de commissie Werkgelegenheid belangrijk. Het doorbreekt de jarenlange Europese stilstand tussen 1999 en 2016 op dit vlak. Tot nog toe waren er slechts voor vijf kankerverwekkende stoffen bindende Europese normen vastgelegd. Op de Europese arbeidsplaatsen circuleren 1400 kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting gevaarlijke stoffen.

Meer info?

Sociale zekerheid lijdt onder minderinkomsten door politieke beslissingen

Uit nieuwe ramingen van de inkomsten en uitgaven voor de sociale zekerheid voor 2016 en 2017, blijkt het tekort groter te zijn dan voorzien in december 2016.
Het probleem stelt zich hoofdzakelijk aan de inkomstenzijde. In vergelijking met eerdere ramingen zou de alternatieve financiering van onze sociale zekerheid dalen. Dit is vooral te wijten aan de lagere inkomsten uit roerende voorheffing: 102,4 miljoen euro minder in 2016 en 281,5 euro minder in 2017! Deze alternatieve financiering is nochtans broodnodig gezien de voortdurende vermindering van sociale bijdragen. Een vermindering van sociale bijdragen die onder meer in het kader van de door de Regering besloten tax shift, wordt toegekend. De bruto kostprijs van deze tax shift wordt voor 2017 op 2,059 miljard euro geschat.
De uitgaven zijn daarentegen stabiel gebleven. De voornaamste stijgingen vloeien voort uit de indexering van de sociale uitkeringen, die drie maanden vroeger zal plaatsvinden dan gepland. Dit is vooral het resultaat van stijgende dienstenprijzen in de index (grotere stijging dan in de andere landen), een stijging die op haar beurt voortvloeit uit een gebrekkige controle op de prijzen van deze diensten.
De nieuwe ramingen tonen duidelijk aan dat de sociale zekerheid nood heeft aan een stabiele financiering en mechanismen die nodige, evenwichtige inkomsten voor de noden van onze bevolking kunnen garanderen. De huidige financieringsmechanismen zijn ontoereikend om de mindere inkomsten te compenseren. Mindere inkomsten die vooral het gevolg zijn van sociale bijdragen verlagingen en –vrijstellingen, zonder tegenprestatie.
Wij vragen de regering met aandrang, haar verantwoordelijkheid te nemen en haar wetsontwerp tot hervorming van de sociale zekerheid - die geen stabiele financiering van de sociale zekerheid garandeert - grondig te herzien.
Wat de sociale zekerheid nodig heeft, is een gegarandeerde evenwichtsdotatie en een overheidsdotatie die rekening houden met de noden van een vergrijzende bevolking! Een alternatieve financiering ter compensatie van alle soorten sociale bijdragen verlagingen!
Het is een kwestie van politieke wil. De in België geproduceerde rijkdom stijgt voldoende om innovatieve en duurzame financieringsbronnen te vinden, met name via een rechtvaardige en eerlijke fiscaliteit.
Dit is onontbeerlijk opdat de sociale zekerheid op een duurzame manier kan bijdragen tot het algemeen welzijn, de sociale samenhang en een goede sociale bescherming voor iedereen.

Meer info?

Re-integratie langdurig zieken wordt compleet negatief verhaal door sancties van minister De Block

Het ACV is zeer verontrust over berichten in de media dat de regering op voorstel van minister De Block  morgen zou beslissen dat langdurig zieken met financiële sancties zouden gedwongen worden om in een re-integratietraject te stappen. 

ACV pleit voor vrijwilligheid, geen sancties

Het ACV is van mening dat de huidige reglementering, die pas een maand in voege is, opportuniteiten biedt voor langdurig zieken tot re-integratie op de werkvloer via een aangepaste of andere job. Dit bij voorkeur bij de eigen werkgever. Maar dan wel op strikt vrijwillige basis. Want re-integratie van langdurig zieken is een bijzonder delicaat proces waarin moet gezocht worden naar noodzakelijke aanpassingen aan arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden, waarbij de  werkgever verplicht is op basis van de medische capaciteiten van de werknemers redelijke aanpassingen te doen. Een proces waarbij ook een geheel andere functie kan voorgesteld worden, met andere barema’s, arbeidsvoorwaarden, financiële voordelen. Daarin tussenkomen met sancties voor zieken is hoogst onevenwichtig. Dit verstoort compleet het sereen kader waarin kan overlegd worden tussen de betrokken partijen (werknemer, werkgever, arbeidsgeneesheer) over een vrijwillige en kwalitatieve re-integratie . 

Negatieve benadering De Block

Langdurig zieken met sancties zwaar onder druk zetten om in een traject te stappen is ook vanuit menselijk oogpunt niet te verdedigen. Iemand die worstelt met de fysieke, psychische en financiële gevolgen van ziekte op dat moment ook nog bedreigen met een verlaging van zijn of haar uitkering kan niet. Deze uiterst negatieve benadering gaat ook  volledig in tegen de nieuwe regels, pas een maand in voege, om de re-integratie op een positieve manier te organiseren. Die nieuwe regels kwamen er op basis van opeenvolgende akkoorden tussen werkgeversorganisaties en vakbonden. Akkoorden waarover ook minister Peeters én minister De Block zich positief uitspraken. Dat alles lapt minister De Block nu aan haar laars. 
De positieve aanpak van re-integratie dreigt met het voorstel van minister De Block nu op een compleet negatief verhaal van sancties uit te draaien. Wat voor alle betrokkenen, op alle niveaus, een uitnodigend project moest zijn om kwetsbare mensen nieuwe kansen te geven en engagement vraagt van alle betrokkenen (vakbonden, mutualiteiten, preventiediensten, werkgevers en werkgeversorganisaties) wordt nu binnenstebuiten gekeerd tot een bedreigende aanpak.  
De sanctionerende aanpak van minister De Block heeft dan ook niets te maken met het faciliteren van re-integratie. Maar wel met botweg besparen op de rug van langdurig zieken. Deze besparingen zijn blijkbaar belangrijker dan het welzijn van zieken.   
‘Op zich is het tussen sociale partners afgesproken kader om  langdurig zieken die dat willen opnieuw perspectief te geven op het heropnemen van hun baan een opportuniteit. Elk jaar worden 200.000 nieuwe werknemers langdurig ziek. Velen van hen willen nog tijdens hun ziekte of behandeling (deels) terug aan de slag’, zegt Anne Léonard, nationaal secretaris van het ACV. 
‘Denk aan iemand met kanker die radiotherapie krijgt, maar al enkele uren per week wil en kan komen werken, omdat hij het contact met de werkvloer niet volledig wil verliezen. Dan moet de werkgever dat zeker mogelijk maken. Bijvoorbeeld met een aangepast uurrooster of werk, en ondersteunen wij dat als vakbond ook volledig.  Maar dan wel op voorwaarde dat die terugkeer vrijwillig blijft, afhankelijk de medische capaciteiten van de werknemers en de regering niet dreigt met financiële sancties om zieke werknemers onder druk te zetten”.   

Meer info?

Interprofessioneel akkoord (IPA) ondertekend

. 
De sociale partners ondertekenden het interprofessioneel akkoord voor 2017-2018. Belangrijkste punten in dit ontwerp zijn een perspectief op loonsverhoging, op een betere koppeling van pensioenen en uitkeringen aan de welvaart en op verder sociaal overleg over grote maatschappelijke uitdagingen. Lees de toelichting.

Nieuwe CAO over tijdskrediet

Persbericht gemeenschappelijk vakbondsfront

Het tijdkrediet met zorgmotieven breidt fors uit tot 51 maanden, het opnemen van tijdkrediet wordt afgestemd op samenwonenden en op co-ouderschap en de landingsbanen blijven bestaan Dat zijn de belangrijkste pijlers van cao 103ter die de sociale partners vandaag, 20 december, ondertekenden.

Tijdkrediet met zorgmotieven

Cao 103 ter regelt de uitbreiding van het tijdkrediet met zorgmotieven tot 51 maanden. Wie minder wil werken om bijvoorbeeld voor een kind te zorgen, kan vandaag tot maximum 36 maanden tijdskrediet met een uitkering opnemen, ongeacht de vorm (voltijds, deeltijds of 1/5e). Wil je voor een gehandicapt kind zorgen jonger dan 21 jaar of een zwaar ziek minderjarig kind, dan kon dat nu gedurende 48 maanden. 
In het nieuwe voorstel worden die maximumtermijnen opgetrokken tot 51 maanden voor de zorgmotieven. Dit geeft werknemers de mogelijkheid werk en zorg beter te combineren.

Modernisering van tijdkrediet

In cao 103ter werden ook afspraken vastgelegd die het systeem van tijdkrediet moderniseren. Zo spraken de sociale partners af om 1/10e ouderschapsverlof in te voeren. Dat kan interessant zijn voor ouders met een regeling van co-ouderschap of voor werknemers die enkel op woensdagnamiddag geen oplossing vinden. Zo kunnen ze 40 maanden van het recht genieten. 
Daarnaast werd de term ‘schoonfamilie’ breder gedefinieerd, rekening houdend met het feit dat steeds meer mensen wettelijk samenwonend zijn. Nu kan je dus ook tijdkrediet aanvragen om te zorgen voor een familielid tot de eerste graad van de partner waarmee je wettelijk samenwoont. 
Werknemers die twee deeltijdse jobs combineren kunnen voortaan ook 1/5 tijdkrediet met motief of een 1/5 landingsbaan opnemen. Tot op vandaag moest je voltijds werken bij één werkgever.

Landingsbanen

In de cao 103ter blijven alle mogelijkheden rond landingsbanen bestaan. Een landingsbaan, of tijdkrediet eindeloopbaan, maakt het mogelijk om aan het einde van je loopbaan minder te werken. Dat kan al vanaf 55 jaar als je 25 jaar loopbaan kan bewijzen. Op dat moment ontvang je nog geen uitkering. Die is pas mogelijk vanaf 60 jaar, of in bepaalde gevallen vanaf een lagere leeftijd. Op dit ogenblik is er enkel zekerheid dat voor dergelijke werknemers, waaronder die met een loopbaan van ten minste 35 jaar, de uitkeringen behouden blijven op 57 jaar. Het overleg om in die gevallen uitkeringen te voorzien vanaf 55 jaar loopt nog. 

Tijdkrediet zonder motief

In de nieuwe cao wordt wel het onbetaalde tijdkrediet zonder motief afgeschaft. Tot vandaag kunnen werknemers hun loopbaan gedurende een jaar voltijds onderbreken (om bijvoorbeeld te reizen, aan hun huis te werken of een andere activiteit uit te proberen. In het nieuwe systeem kan dit niet meer. Om deze achteruitgang te compenseren wordt het eerste jaar tijdskrediet zonder motief dat werd genomen, niet langer in mindering gebracht van de 51 maanden tijdskrediet met motief. Bovendien werd het tijdkrediet gemoderniseerd waardoor het beter aansluit bij de wensen en noden van werknemers vandaag.

Dit akkoord is tot stand gekomen dankzij een gezamenlijke wil van de sociale gesprekspartners om een antwoord te bieden op nieuwe noden van werknemers en werkgevers. Het akkoord is noodzakelijk en evenwichtig, en speelt in op maatschappelijke wijzigingen. 

Pensioengelijkstellingen: bijsturingen, maar fundamenteel probleem blijft

Minister Baquelaine bezorgde aan de leden van het Beheerscomité van de Federale Pensioendienst  zijn teksten voor de beperking van de pensioengelijkstelling van werkloosheids- en brugpensioen/SWT-dagen. Uit deze teksten blijkt dat de minister onder druk van de vakbonden zijn plannen op een aantal punten heeft bijgestuurd. Dat is al een vooruitgang. Maar de harde vaststelling blijft: werknemers die na inwerkingtreding van de nieuwe regels (voorzien op 1 januari 2017 voor zij die op pensioen gaan vanaf 2018) werkloos worden en dat langer dan een jaar blijven of werknemers die in ‘gewoon’ SWT gaan, zullen minder pensioen ontvangen. 
Dit is ook het geval voor deeltijdse werknemers met een inkomensgarantie-uitkering of voor korte contracten afgewisseld met werkloosheid. Dit is voorwaar een ‘schitterend vooruitzicht’ voor al die werknemers die (zonder bedrijfstoeslag) binnenkort ‘naakt’ ontslagen worden bij Axa, Caterpillar, Douwe Egberts, ING en al die andere herstructureringen, sluitingen en individuele ontslagen. 

Uit de teksten blijkt wel dat werknemers met dagen tijdelijke werkloosheid en in bijzondere regimes (kunstenaars, havenarbeiders, zeelieden, vislossers…)  niet meer onder de nieuwe berekeningsregels vallen. Ook de inschakelingsuitkeringen worden niet langer geviseerd. In de begrotingsnotificatie werden nog alle dagen werkloosheid over dezelfde kam geschoren. En naast het SWT wegens onderneming in moeilijkheden/in herstructurering of zwaar beroep, zal ook het medisch SWT  niet meer onder de nieuwe regels voor gelijkstelling vallen.  En enkel SWT’s  die beginnen  na de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen zullen onder de nieuwe gelijkstellingsregels vallen.  Dit is het minste wat men kon doen voor enige rechtszekerheid. 
 
Maar ondanks deze bijsturingen blijft de impact van de voorstellen Bacquelaine dus zeer groot. Op de hierboven aangehaalde uitzonderingen na, zullen werkzoekenden, inbegrepen deeltijdsen met een inkomensgarantie-uitkering (IGU) en veel SWT’ers, een derde keer gestraft worden voor een werkloosheid die zij zelf niet hebben gevraagd.  Eerst het loonverlies, dan de daling van de werkloosheidsuitkering via de degressiviteit en de beperking in duur, en bovenop nu ook de schrapping van een deel pensioen. Werkloosheid is geen vrije keuze. Tenzij voor de werkgever. Hij sluit de boel. Hij geeft  ontslag. Hij zet mensen op SWT. Hij weigert mensen aan te werven. En toch wordt voor al die keuzes van de werkgever nu de werkloze gestraft.
 
Bovendien en minstens even belangrijk voor deze groep mensen, bezorgde de minister samen met de teksten over de gelijkstellingen ook zijn voorstellen rond de lange loopbanen, de zogenaamde ‘eenheid van loopbaan’. Dit principe stelt dat de loopbaan nooit de eenheid mag overschrijden, dus niet langer mag zijn dan 45 jaar. Dit principe wordt nu  afgeschaft voor zij die blijven werken na die 45 jaar, maar is ten koste van zij die boven die 45 jaar ziek, werkzoekend of op brugpensioen zijn. Terwijl vroeger de 45 beste jaren werden weerhouden voor de pensioenberekening, gaat men nu de 45 eerste (en dus meestal minder goed beloonde jaren) meetellen. Een zware achteruitgang dus voor wie voor zijn 20ste begon te werken en inactief is op het einde van de loopbaan.

ACV, ABVV en ACLVB zullen de komende dagen de concrete impact van de voorstellen rond ‘eenheid van loopbaan’ verder analyseren.

Patrick Vandenberghe is de nieuwe voorzitter van ACVBIE

Op 1 januari 2017 volgt hij Stefaan Vanthourenhout op die met pensioen gaat na een carrière van 40 jaar bij ACVBIE, waarvan de laatste 5 jaar als voorzitter. 
Patrick Vandenberghe is sinds 1990 actief binnen het ACV. In 2008 trad hij toe tot de leiding van ACVBIE. Hij zal de werking van de centrale ACVBIE ongetwijfeld met overtuiging, passie en gedrevenheid verderzetten.

Het kan anders...

2016-10-05 Rood stoplicht
Al twee jaar zet de regering gewone mensen op een zwaar en gevaarlijk dieet! Met aantasting van koopkracht, met afbouw van sociale rechten en met zware besparingen in overheid en sociale zekerheid

Het zwarte gat wordt steeds groter

De gevolgen zijn desastreus. Ondanks de miljarden inspanning van miljoenen gewone mensen gaapt er een enorm zwart gat in de staatsbegroting. Dat steeds meer geld opslokt van gewone mensen: mensen die werken, mensen met pensioen of een uitkering. Omdat de regering een scheef beleid voert zonder fiscale rechtvaardigheid. We horen niets over eerlijke fiscaliteit. Over bijdragen van de zwaarste schouders? Over belasting op reële huurinkomens, over vermogenswinstbelasting, over meerwaardebelasting, over minder fiscale aftrekposten voor vermogenden en bedrijven?

Maar het kan anders

  • Koopkracht! Beter voor groei dan indexsprong en hogere btw & accijnzen.
  • Leefbare jobs! Met oog voor het gezin.
  • Goede pensioenen! Dat is wat anders dan werken tot 67.
  • Rechtvaardige belastingen! Als alle inkomens in verhouding hun deel doen, legt dat minder druk op de eerlijke belastingbetaler.
  • Goede openbare diensten! Iedereen wil goed openbaar vervoer, onderwijs, infrastructuur, veiligheidsdiensten, zorg.
  • Sterke sociale zekerheid! Een goede verzekering is beter dan sociale bijstand.
  • Perspectief! Jobkansen voor jongeren en voor iedereen die werk zoekt.

De tax-shift van regering Michel I werd tax-miss(er)

ACV 142015-07-23 Tax-shift werd tax-misser
De tax-shift van regering Michel I werd tax-miss(er)
Met een shift binnen de portemonnee van de gewone mensen ontziet Michel I voor de zoveelste maal de portefeuilles van vermogenden. 
De werkende burgers met een bescheiden loon gaan mogelijks later wat meer netto ontvangen. Dat neemt de regering echter dubbel en dik vandaag al terug met hogere BTW op elektriciteit en hogere accijnzen.
Wie werkloos is, ziek is of op pensioen krijgt daarenboven enkel hogere facturen. Die krijgt immers niets terug via lagere belastingen. De koopkracht van deze groep gaat er dus zwaar op achteruit. Daar komt naar verluidt ook nog een opgeschroefde degressiviteit voor werklozen bovenop.
Bovendien worden ook nog verdere  besparingen in overheidsdiensten en sociale zekerheid aangekondigd. Ook dit is voornamelijk ten nadele van gewone mensen.
Grote winnaars van deze tax-miss(er) zijn de werkgevers en vermogenden. Werkgevers krijgen nog maar eens lastenverlaging geserveerd, zonder enige voorwaarde van jobcreatie. Vermogenden ontsnappen opnieuw aan een proportionele en solidaire bijdrage. Geen taks op meerwaarden, geen bijdrage van grote vermogens of van winst uit grote vermogens. Geen rechtvaardige belasting op verhuurders van meerdere woningen. En ook de indexsprong op huur is plotseling verdwenen. Huurders betalen dus ondanks de indexsprong op hun loon of uitkering toch duurdere huurprijzen. 
Deze coalitie mist een grote kans inzake rechtvaardige fiscaliteit. Deze liberale tax-shift is een grote sociale tax-miss(er).

Meer info?

Beschikbaarheid tot 65 jaar: een absurde maatregel!

Sinds 1 januari 2015 moeten werklozen en SWT’ers (bruggepensioneerden) die op 1 december 2014 de leeftijd van 60 jaar nog niet hadden bereikt, volgens eens beslissing van de regering verplicht beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt, en dit tot de leeftijd van 65 jaar. 
Dit betekent dat ze verplicht moeten ingaan op werkaanbiedingen van de VDAB/Actiris en dat ze elke geschikte baan moeten aanvaarden. Ze moeten eveneens ingaan op uitnodigingen van de RVA die zal controleren of ze alles in het werk stellen om zo snel mogelijk een baan te vinden (spontane sollicitaties, versturen van sollicitatiebrieven, …).
Als ze geen gehoor geven aan vacatures van de VDAB/Actiris, als ze een geschikte job weigeren of als ze geen actief zoekgedrag kunnen aantonen, kunnen ze tijdelijk of zelfs definitief hun werkloosheidsuitkering verliezen.
Het ACV vindt dit een echte pestmaatregel, een ware contractbreuk. Deze maatregel moet dan ook zo snel mogelijk afgeschaft worden.
  • Bekijk gerust eens dit filmpje, dat de absurditeit van deze hele kwestie goed aantoont.

Wie zijn we

Ledenvoordeel

Boek nu met 25 % korting

Sectornieuws